De laatste Tweets:
    Loading...
Tweet! Vindt ik leuk op facebook! Share op Linkedin

 

Kleurpatronen:

Texas Longhorns hebben een grote diversiteit aan kleuren.  Sommige fokkers kiezen voor een bepaalde stier die een kleur heeft die ze graag in de veestapel willen fokken. Het kan dan zo maar zijn dat geen enkele nakomeling de beoogde kleur heeft. Dit leidde tot de uitdrukking .

“Je kunt bij Texas Longhorns niet op kleur fokken.”

 

                              

Duidelijk is dat het wel mogelijk is om op kleur te fokken, maar dat het niet snel gaat omdat het moeilijk te voorspellen is hoe combinaties uitpakken. Waarom produceren sommige stieren en koeien nu wel de verwachtte kleuren en anderen niet?

Basis Genetica:

De fysieke verschijning van een Texas Longhorn wordt bepaald door zowel genetische als omgevingsfactoren. Het uiterlijk van sommige functies, zoals kleur, wordt vrijwel uitsluitend bepaald door de genetica. Het uiterlijk van andere functies, zoals hoorn lengte wordt bepaald door een combinatie van genetica en milieu. De genetische component van een Texas Longhorn voor het uiterlijk wordt bepaald door DNA. DNA is opgebouwd uit stukjes genoom. Genoom is weer opgebouwd uit vele verschillende genen.

Het genoom van een Texas Longhorn lijkt op een bouwtekening  dat specificeert hoe het dier eruit zal zien. In de taal van het genoom, worden alle woorden gespeld met slechts vier letters. Alle woorden zijn slechts drie letters lang ,gevormd uit de letters  A, C, G en T. Een combinatie van deze drie nucleotiden noemt men een codon. Een gen is gewoon een lange reeks van deze vier nucleotiden.

Een gen is een bepaald gebied van het genoom dat verantwoordelijk is voor de bouw van een bepaald eiwit. Kleine verschillen in deze eiwitten maken de genetische verschillen die te zien zijn tussen de Texas Longhorns. Deze eiwitten regelen hoe het dier is opgebouwd, hoe het functioneert, en hoe het eruit ziet. Elke Texas Longhorn erft twee exemplaren van elk van de genen. Een kopie van de moeder en een van de vader. Kleine verschillen in deze kopieën leiden tot verschillende vormen van de genen, de zogenaamde allelen. Als een kalf twee exemplaren heeft van hetzelfde allel, dan is het kalf  homozygoot voor dat gen. Als de twee kopieën van elkaar verschillen dan is het kalf heterozygoot voor dat gen.

Er zijn acht genen waarvan bekend is dat ze invloed hebben op kleur variatie bij de Texas Longhorns. Elk van deze genen hebben twee of drie verschillende allelen die voorkomen in Texas Longhorn veestapels. Er zijn 26.244 verschillende mogelijke genetische combinaties van deze allelen die zich kunnen voordoen in een bepaalde Texas Longhorn koe of stier, wat verklaart waarom er zoveel variatie is in kleur bij dit ras. 

De Basis Kleuren

Er zijn slechts twee pigmenten die alle kleuren bepalen bij de Texas Longhorns. Deze twee pigmenten zijn eumelanin (zwart) en phaeomelanin (rood). Eumelanin is een zwart pigment, maar is ook de basis voor bruin of grijs. Het pigment komt dan in  lagere concentraties voor. Phaeomelanin is een rode kleurstof, maar kan ook oranje of geel lijken in lagere concentraties. Als er geen pigment wordt geproduceerd, dan is het haar wit.

De wilde oeros van Europa ((Bos Taurus Primigenius  )is de voorouder van de Texas Longhorns. Deze was in het bezit van het  "wild-type" allel. Dit betekent dat zowel eumelanin als phaeomelanin word geproduceerd, en dat onder invloed van het enzym tyrosinase de verhouding en de verdeling van de twee pigmenten kunnen worden gewijzigd door andere genen. Longhorns die twee exemplaren (een van elke ouder) van de wild-type allel op het Extensie gen hebben zijn roodbruin bij de geboorte, maar worden donkerder naarmate ze ouder worden en ze zijn zwart als ze volwassenen zijn.

Andere dieren met het wild-type allel kunnen donkerbruin worden(inclusief Parker bruin), medium bruin ( dun) of een mengsel van bruine en zwarte of rode en zwarte ,inclusief brindling, wijnrode kleuren, walnoot, en veel van de andere ongewone kleurcombinaties van Texas Longhorns).

Het wild-type allel is dominant over het rode-allel dier. Het  zwarte allel is weer dominant over zowel het  wild-type als  de rode allelen.

Een koe of stier die zwart is bij de geboorte kan zowel homozygoot zwart,  heterozygoot zwart en wild-type, of heterozygoot zwart en rood zijn.

Een kalf met wild-type kleuring kan homozygoot wild-type zijn  of heterozygote wild-type en rood.

Een echt rood kalf is altijd homozygoot voor het rode allel.


Wit is geen echte kleur. Dit zijn pigmentloze haren.

Alle Texas Longhorns hebben een van deze drie kleuren, maar uiteraard zijn er veel meer dan drie eenvoudige kleuren en patronen van Texas Longhorns. Dit komt omdat er veel andere genen zijn, die van invloed zijn op de kleur en de verlaging van de pigmentatie.Er zijn tenminste twee pigment-reducerende allelen(Dilution en Dun) bekent die van invloed zijn op de vermindering van pigmentatie. Zij zijn verantwoordelijk voor de kleuren oranje, geel, grijs,vaal rood, goudkleurig enz. Dilution en Dun zijn dominant in de vererving.

       

Hieronder staan de  afkortingen uit het Texas Longhorn stamboek voor de kleurpatronen en de tekening van de huid van het dier. Er is een grote diversiteit van kleuren en combinaties zoals wij ze in Europa niet kennen bij onze runder rassen.

Red=Rd White=Wh Brown=Brn Black=Blk Dun=Dun Grulla=Gru Yellow=Yl Roan=Rn

Dit zijn de kleuren rood, wit, bruin, zwart, vaal goudkleurig, grijs, geel en roodbont.

Brindle=Brndl Spots=Spts Spotted=sptd Speckled=Spkld Body=Bdy Ears=Ers Forehead=4hd

Lineback=Lb Head=Hd Neck=Neck Switch=Sw Underline=Ul

Dit zijn de kleurpatronen om te beschrijven hoe het dier eruit ziet. Brindle is een streeppatroon, Spots zijn de vlekken, Spotted of Spekkled  zijn kleine  vlekjes of spikkels. ( meer info in Uitleg van de kleurpatronen ).

Deze combinaties kunnen samen in een dier voorkomen.

Body=Bdy Ears=Ers Forehead=4hd Lineback=Lb Head=Hd Neck=Neck Switch=Sw Underline=Ul

Met deze kenmerken worden de plaatsen van de kleuren of patronen aangegeven.

Met “Body “wordt een egale kleur over het gehele lichaam bedoelt. Ears zijn de oren, Forehead is de kop, Lineback is de bovenkant van het dier, de rug, Neck is de nekpartij, switch zijn diverse kleurpatronen en de Underline is het gebied aan de onderbuik.


 

Uitleg van de kleurpatronen:

Extention :

De kleur die het dier heeft, dus rood, zwart of wild-type.

Brindle ( getijgerd of gestreept patroon)

Een fokker die het Brindle patroon in zijn dieren wil fokken heeft natuurlijk een stier nodig die dit patroon in de genen aanwezig heeft. Als de stier homozygoot is voor zowel wild-type kleuring en het dominante brindle allel heeft dan zullen  deze beide eigenschappen altijd doorgeven worden aan de nakomelingen. Als deze stier wordt gepaard op rood of wild-type koeien, dan zullen alle van de nakomelingen naar verwachting een zekere mate van brindling hebben. De mate van brindling zijn verschillend vanwege de effecten van andere genen. De enige nakomelingen  die geen brindling laten zien zijn kalveren die geboren worden uit een homozygote zwarte koe, omdat dit dominant is. 

Er zijn twee kleur varianten bij runderen met wild-type kleuring die een speciale vermelding verdienen : walnoot en wijn kleuring. Stieren met de walnoot kleuring worden vaak beschreven als "zwarte", maar ze zijn niet echt zwart. Ze worden geboren met een schaduw van donker rood of bruin. Ze zijn bijna zwart als ze volwassen zijn. Het verschil met een echt zwart dier is dat zij een licht gekleurde snuitring hebben en meestal een donker roodachtig bruine streep op de bovenkant van de kop en ruglijn. Bovendien is de "zwarte" kleur op de rest van het lichaam meestal een diepe walnootkleur, met donkere roodbruine highlights. ( Parker brown).Op de foto’s ziet u hetzelfde dier op verschillende leeftijden. 

Drie dagen oud.    

        

 Twee maanden oud       

  Een jaar oud.

Koeien met deze kleuring hebben meestal een veel grotere mate van rood pigment dan de stieren.Veel liefhebbers beschouwen de walnoot kleuring als een van mooiste en meest opvallende kleuren die aanwezig zijn in Texas Longhorns. Met het  stijgen van de leeftijd  van de dieren wordt de verdieping van de kleuren alleen maar mooier.

De wijn of bordeaux rode kleur( wine or burgundy coloration) is een andere variant van wild-type kleuring dat door de fokkers als zeer wenselijk wordt beschouwd. Deze kleur wordt ook geproduceerd door een combinatie van eumelanin en phaeomelanin, maar de twee pigmenten zijn in een lagere concentratie aanwezig.Dit patroon is een resultaat van wild-type kleur in combinatie met het Roan (schimmel) gen.

Brockling is een gen dat geen speciale kleur geeft. Het gen kan effecten versterken met verschillende wit producerende genen. Het dominante brockling allel (BC) reageert met andere genen om pigmentatie op gebieden van het lichaam dat anders  wit zou zijn (vooral aan  de poten en de kop). Het meest voorkomende patroon bij de  Texas Longhorns is het Spotting gen. In combinatie met het Brockling gen lijkt het of ze knie-sokken dragen.Met andere woorden, de benen zijn meestal gepigmenteerd evenals het hoofd en de nek. Ook kan er  pigmentatie op andere delen van het lichaam voorkomen en resulteert dat vaak in grotere vlekken op het lijf. 

Roan is eenzelfde soort gen. Het Roan gen kan echter zorgen voor algehele pigmentatie. Vee dat over een dominant zwart (ED) allel bezit en  heterozygote R / r + op het Roan-gen , zullen  blauwe roans worden.(een mengsel van zwarte en witte haartjes).

Andere variabelen zijn ook mogelijk. Dieren die het wild-type hebben en het roan gen vertonen een soort van " wijn gekleurd roodbont patroon” Wijn roans worden ook wel paars roans of moerbei roans genoemd, en variëren van donker paars naar een lichtere moerbeikleur.

De rode Roan komt het vaakst voor.

Een gen dat de controle over de kleurpatronen heeft staat bekent als Spotted. Het is een combinatie van twee soorten genen. Extention en Line-back. Afhankelijk of het allel homozygoot of heterozygoot is bepaald mede het percentage wit in een koe. Onder invloed van andere genen kunnen het spikkels of vlekken worden.

 

 

 

Een patroon dat vaak wordt verward met het lineback patroon, staat bekend als Color-Sided  (dubbelzijdig kleur patroon). Dit patroon heeft een volledig andere genetische basis. Het Color-sided gen komt heel vaak voor bij Butler Longhorns, vanwege de populariteit van deze lijnen. In feite is het kleur-zijdig patroon van de Butler stier het resultaat van een lange rij van meestal color-sided stieren gebruiken.De gespikkelde kop is een kenmerk en de onregelmatigheid van het rode haarkleed.

 Voorbeelden van verschillende kleuren  en genetische kleur eigenschappen.

  

  

  

 

  

 

 

 

 

 

 


 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gen is een bepaald gebied van het genoom dat verantwoordelijk is voor de bouw van een bepaald eiwit. Kleine verschillen in deze eiwitten maken de genetische verschillen die te zien zijn tussen de Texas Longhorns. Deze eiwitten regelen hoe het dier is opgebouwd, hoe het functioneert, en hoe het eruit ziet. Elke Texas Longhorn erft twee exemplaren van elk van de genen. Een kopie van de moeder en een van de vader. Kleine verschillen in deze kopieën leiden tot verschillende vormen van de genen, de zogenaamde allelen. Als een kalf twee exemplaren heeft van hetzelfde allel, dan is het kalf  homozygoot voor dat gen. Als de twee kopieën van elkaar verschillen dan is het kalf heterozygoot voor dat gen.

 

Er zijn acht genen waarvan bekend is dat ze invloed hebben op kleur variatie bij de Texas Longhorns. Elk van deze genen hebben twee of drie verschillende allelen die voorkomen in Texas Longhorn veestapels. Er zijn 26.244 verschillende mogelijke genetische combinaties van deze allelen die zich kunnen voordoen in een bepaalde Texas Longhorn koe of stier, wat verklaart waarom er zoveel variatie is in kleur bij dit ras. 



 

 

Terug naar boven.